kindertherapie - Twinkels

Hoe blijf je overeind – als je iedere dag gepest wordt?

Myrte zit in de brugklas. Ze is op de basisschool gepest en heeft nog last van deze periode. Als ze alleen op haar kamer is, is ze vaak verdrietig en denkt ze aan nare dingen. Ze heeft boze buien.

Als niemand je gelooft

‘Ze slaan me. Duwen me op de grond van het schoolplein. Schoppen me. Noemen me lelijke heks.’
‘Is er iemand die jou helpt?’, vraag ik.
Myrte stopt  even met tekenen. ‘Nee, ze zeggen allemaal dat ik begon. Zelfs de juffen geloven me niet.’
‘En je vriendinnen?’
‘Ook niet’, antwoordt Myrte, ‘ik dacht dat ze van me hielden’.

‘Wat ben je daar gaan geloven?’
‘Dat het mijn schuld is. Dat ik alles fout doe.’
‘Waar voel je dat het meest?’
‘Alles wat ze zeggen doet pijn. Dat komt tussen mijn oren te zitten. Het wordt donker in mij.’
Ze krast haar tekening zwart.

‘Hoe heb je het volgehouden?’
‘Ik word bitch. Het kan me niet boeien.‘

Een stukje van mijn hart ging met hem mee

Myrte zit met opgetrokken knieën op haar stoel.
‘Is er iemand die jou wel gelooft?’, vraag ik.
Ze zet haar witte gympen op de grond.
‘Mama en opa’, antwoordt ze.

We pakken haar eerste tekening erbij.
Myrte en opa zitten op een roodgeruit kleedje tegen de kastanjeboom. Een kikker springt door het gras. Aan de hemel drijft één donkere wolk.

‘Het begon toen opa overleed’, zegt Myrte.
‘Je lievelingsopa?’
‘Ja, ik dacht dat het mijn schuld was. Een stukje van mijn hart ging met hem mee.’
‘Zullen we opa vragen of hij ook vindt dat het jouw schuld was?, vraag ik.
‘Hoe dan?’
‘Je hart weet vast wel de weg.’
‘Ik krijg het gevoel dat hij een soort bij me is en met me wil praten.’
‘Doe het maar gewoon’, antwoord ik.

Mirte pakt de beker met de kleurtjes van de plank. Ze zet het tekenvel vol kleur.

‘Opa had me wél geholpen en opgevrolijkt. Hij wil dat ik loslaat en doorga. Dan ben ik blijer.’
‘Vertelt hij nog iets over schuld?’
‘Hij zegt: Natuurlijk was het jouw schuld niet, gekkie. Ik was oud en ziek. Ik wilde het liefst naar oma. 
‘Hij heeft vast nog wel een boodschap voor je’, zeg ik.
Neem je liefde voor jezelf terug. Als je jezelf bent, dan ben je minder verdrietig’, antwoordt Myrte.

‘Hoef je dan geen bitch meer te zijn?’, vraag ik.
Myrthe lacht: ‘Nou, daar ga ik even over denken hoor.’

‘Kun je je stukje hart op de tekening terugvinden?’
Ze zet haar vinger op een rood stukje, kijkt me aan en zegt: ‘Nu moet ik mijn liefde zeker inademen?’
‘Zie je wel, je weet de weg.’

Weggedoken onder een boom

‘Vandaag gaan we het gepeste meisje in jou vinden’, zeg ik, ‘denk je dat ze dat wil?’
Myrte antwoordt: ‘Vast wel, ze is al zo lang alleen.’

Myrthe tekent een donkere lucht. Bliksemschichten. Daarna haar oude schoolplein. Onder een boom zit een meisje, weggedoken in haar Peak Performance hoody.

‘Ze kijkt raar als ze me ziet. Bang’, zegt Myrte.
‘Kun je haar helpen je een beetje te vertrouwen?’
‘Ik vertel haar dat ik weet dat ze niet begon. En dat ze geen lelijke heks is.’
‘Gelooft ze je?’
‘Ik geloof het wel.’
‘Misschien heb je iets voor haar waardoor ze het zeker weet,’
‘Ik weet nog wel hoe opa me altijd noemde.’
Myrte fluistert een paar woordjes.
Myrte zegt: ‘Ze kijkt op. Ze doet haar hand in de lucht naar mij.’
Ze tekent een poosje in stilte.

‘Ik vertel haar ook dat het goed gaat met opa. En met mama. Dat Sophie en ik beste vriendinnen zijn. Zij vindt wél dat ik mooi ben.’
‘Wil je haar nog meer vertellen?’
‘Dat ik nu het hardst kan slaan. Dat heb ik geoefend.’
‘Wat willen jullie het liefst?’
‘Als bitches het schoolplein aflopen. Zo kan ze haar kracht en blijdschap beter voelen. En we gaan shoppen.’