Stefan komt bij me omdat zijn moeder dat een goed idee vindt. Nou Stefan denkt daar anders over! En daarom kijkt hij zo boos als ik nog maar zelden iemand boos heb zien kijken. Ik heb zijn moeder aan de telefoon gehad en ze zei toen: “Stefan is een lastig kind …”

Stoom afblazen

Als Stefan binnenkomt, gooit hij zijn jas in de gang, stampt woedend de trap op en ploft neer op de zitzak die ik voor hem klaargezet heb. Omdat hij wil dat zijn moeder meteen vertrekt, gaat zij gezellig in haar eentje naar de supermarkt. Die is twee straten verderop. Dan kan ook zij een beetje stoom afblazen. Want Stefan is vandaag niet voor het eerst zo woedend.

Een antwoord is het wel!

Als ik vraag of Stefan wat wil drinken, krijg ik een nors “Nee” als antwoord. Maar een antwoord is het wel! En als ik dan zeg dat ik dan alleen voor mijzelf appelsap ga tappen uit de appelsaptap, gaat hij toch met me mee naar beneden. Gewoon om me voor te doen hoe je dat nou eigenlijk doet, appelsap tappen. En tapt hij ook meteen een appelsapje voor zichzelf. Natuurlijk nemen we er een rietje bij. Want met een rietje is appelsap uit de tap het allerlekkerst. Ook als de volwassenen zeggen dat je een lastig kind bent. 

Kan ik je helpen?

Dan vraag ik Stefan waarvoor hij bij me komt. En of ik hem ergens bij kan helpen. Hij briest dat de juf vindt dat hij lastig is.  En dat hij in het groepje van de lastige jongens gezet is. “En hem helpen? Nee bedankt”, zegt hij nog steeds briesend.

Lastig kind?

“O” zeg ik alleen maar, “ik weet niet goed hoe dat eruitziet, een groepje met lastige jongens, kun je er iets meer over vertellen? Nou dat vindt hij een lastige, want eigenlijk zien ze er net zo uit als de andere jongens van de klas. “Is er iets wat jullie anders doen dan de andere jongens?” “Ja we zijn een beetje druk.”

Een beetje druk is dat wel eens handig?

“En hoe ziet dat er dan uit, een beetje druk?” “Nou dat we wat minder stilzitten, wat harder praten en zo.” “O, en is het ook wel eens heel handig als je wat minder stil zit en harder praat?” “Nou we kunnen goed aanvoerder zijn van het sportteam. Want we zijn heel snel en iedereen kan ons goed horen”

Een talent wordt wakker

“Dus als ik je goed begrijp hebben jullie veel talenten? Dat is toch juist een kwaliteit dan?” Stefan kijkt me verbaasd aan. Zo had hij het nog niet bekeken. Samen kijken we nog eens wat er nou precies aan de hand is en komen tot de volgende conclusie: De juf vindt me lastig en dat is logisch, maar ik hoef het er niet mee eens te zijn.

Zo leert Stefan dat snel kunnen bewegen en hard kunnen praten ook talenten zijn. Dan is het niet zo erg als de juf dit niet begrijpt.

Als afronding slaat Stefan zijn laatste restjes boosheid er nog even tegen de boksbal uit.  Als zijn moeder even later aanbelt, holt hij heel hard de trap af en begroet haar met een vrolijk: “hoi mam, heb je al gehoord van mijn talenten? Je hoeft het er niet mee eens te zijn maar……”

Deel dit verhaaltje met je netwerk als je denkt dat het een kind kan helpen. Klik op één van de social media knoppen om het te delen.