Roza komt bij mij als het pijpenstelen regent. Harder regenen kan het eigenlijk niet. Roza is zes en heeft rode kaplaarsjes aan als ze bij me komt. Dan denk je natuurlijk dat ze daarmee lekker door de plassen gespetterd heeft maar daarvoor is Roza veel te verdrietig. Haar opa is overleden.

Zo verdrietig dat ze niks meer leuk vindt.

Zelfs niet de dingen die ze normaal zó leuk vindt, dat ze er rode wangen van krijgt. Zoals naar het sprookjesbos gaan in de Efteling. Of pannenkoeken (dat is haar lievelingseten) bakken met haar papa. Het enige dat ze nog een beetje fijn vindt is als mama haar voorleest.

Haar opa is overleden

Als ze gaat vertellen wat haar zo verdrietig maakt, rollen al snel de tranen (bijna net zo hard als de pijpenstelenregen) over haar nu zo bleke wangen. Ze vertelt over haar opa. Opa is overleden. Zo maar ineens, vier maanden geleden. Zonder afscheid te nemen. Ze zegt dat opa zo maar ineens weg was. Helemaal weg. Terwijl hij vlak bij hun om de hoek woonde en er bijna altijd was. Als ik haar vraag of opa lief was, knikt ze alleen maar stilletjes.

We gaan opa tekenen

Als haar tranen een beetje opgedroogd zijn, vraag ik haar of ze haar lieve opa wil tekenen. Eerst vindt ze dat moeilijk. Maar al snel zie ik een beetje kleur op haar wangen verschijnen en tekent ze vol vuur.

Opa heeft een rond gezicht en mooie krullen die ook een beetje rond zijn. Eigenlijk is bijna alles een beetje rond aan haar opa! Na een kwartiertje is de tekening van Roza af en mag ik hem zien. Ik zie een hele lieve opa, dat zie je zó!

Dan zeg ik dat ik het toch niet helemaal snap. Want opa was toch weg en hier zie ik op de tekening een hele lieve opa. Als opa echt weg zou zijn, zou Roza hem toch niet kunnen tekenen? De tekening komt toch uit haar?

Zit opa nog een beetje in haar?

Daar denkt Roza over na. Misschien zit opa nog wel ergens een beetje in haar? Ik vraag Roza wat ze allemaal met opa deed toen hij nog zó om de hoek woonde. Ze vertelt dat ze vaak samen gingen wandelen in het bos en dan op zoek gingen naar eekhoorntjes in de bomen. Dat ze wel eens samen naar de bioscoop gingen en opa Piet (want zo heet hij) dan ook wel eens in slaap viel. Maar dat  vond ze niet zo erg want hij was vast heel moe. Van het hout hakken dat hij altijd deed. Dat ze ook wel samen tekenden voor de open haard (daarvoor hakte hij natuurlijk het hout) of gingen vissen. Het laatste vond Roza eigenlijk veel te zielig voor de vissen. Maar toch was het wel gezellig zo samen met opa.

Voelen en fantaseren

Ik vraag haar of ze dat gevoel van gezellig met opa ergens in haar lichaam kan voelen. Ze wijst meteen naar de plek waar haar hart zit. Dan vraag ik haar of ze kan fantaseren dat opa ook een beetje in haar hart zit. Dat hij dus eigenlijk niet weg is maar veranderd is van plek. Dat hij nu nog steeds een beetje bij haar is.  En als ze aan al die fijne dingen die ze met opa deed en die van hem geleerd heeft terugdenkt, is hij altijd een beetje bij haar. Nou dat kan ze wel! Het lijkt wel of ineens de zon een beetje doorbreekt.

opa is overleden - Twinkels

Samen spreken we af dat als ze opa heel erg mist ze gaat oefenen met denken aan alle leuke dingen van vroeger. Om het wat makkelijker te maken neemt ze de tekening mee! Als Roza de deur uitstapt, ligt er op de stoep een hele grote diepe plas. Wanneer ze met haar moeder wegloopt naar de auto, zie ik nog net dat ze er middenin stampt. De spetters gaan zo hoog, dat ze haast tot in het haar van haar moeder komen.  Juist op dat moment kijkt ze om naar mij en zwaaien we naar elkaar!

Deel dit verhaaltje met je netwerk als je denkt dat het een kind kan helpen. Klik op één van de social media knoppen om het te delen.