Mirthe is 6 en bang van honden. Als Mirthe een hond ziet, dan gaat ze gillen. Keihard. Of het nou een grote hond is of een kleine, dat maakt niks uit. Ook niet of hij aan een riem zit of niet. Dat is niet alleen vervelend voor Mirthe, maar ook voor iedereen om haar heen. Want als Mirthe gilt, dan gilt ze.

Als je bang van honden bent, kun je haast nergens heen

Eigenlijk kan ze haast nergens heen want overal zijn wel honden. In het winkelcentrum, bij vriendinnetjes, gewoon op de stoep en in het park. En het ellendige is dat het broertje van Mirthe, Kees, juist iedereen gek zeurt omdat hij zo graag een hond wil. Gewoon een hele grote, een St. Bernhard of zo. Elke keer als Mirthe dat weer hoort, griezelt ze ervan (en wil ze natuurlijk het liefst even gillen).

En zo gaat Mirthe met haar moeder op bezoek bij de kindertherapeute. Want iedereen, en vooral Mirthe, wil graag dat er weer een beetje meer rust komt. In Mirthe, in het gezin, op straat (omdat Mirthe dan niet meer zo hard gilt). Ze weer overal heen kunnen met elkaar. Gelukkig heeft de kindertherapeute poezen en geen honden. Maar ook de poezen zien ze niet want die liggen lekker te slapen in de zon.

Samen praten ze over van alles. Over wat er allemaal gebeurt als Mirthe een hond ziet of hoort.

Snoezie gaat mee want die ruikt zo lekker naar thuis

De volgende keer gaat Mirthe alleen naar de therapeute. Want ze is dan wel bang van honden maar voor de rest is ze eigenlijk helemaal niet zo bang. Wel neemt de Snoezie, haar knuffel die ze al bijna heel haar leven heeft, mee. Want die ruikt zo lekker naar thuis. Snoezie zit erbij als Mirthe tekent over hoe het voor haar is als ze een hond tegenkomt. En hoe ze dan gilt. Dat is fijn (dat Snoezie erbij is) want het is natuurlijk best eng om zo’n enge hond te tekenen.

bang van honden - Twinkels

In een stad met allemaal wilde honden

Als Mirthe de hond getekend heeft, legt ze even een blaadje over hem heen zodat ze hem niet heel de tijd hoeft te zien. Dat is fijner. Op een ander vel tekent Mirthe zichzelf toen ze voor de allereerste keer zo bang was en ze ook zo vreselijk moest gillen. Het is gek maar de allereerste keer was Mirthe geen meisje maar een jongen.

In een ander land. En in een andere stad. Een stad met allemaal wilde honden. En die vallen haar aan! Zo maar ineens. En ze brullen en ze grommen en ze springen bovenop haar en dan weet ze helemaal niets meer. Ook niet dat het afgelopen is. Vandaar dat ze nu nog steeds zo vreselijk bang is van honden want het allerlaatste dat ze toen verlamd van angst dacht is; Gillen!!!!!

Gillen tot de angst helemaal weg is

Dat was Mirthe blijven doen, iedere keer weer. Maar nu weet Mirthe eindelijk dat het wel afgelopen is en dat ze alle angst van toen er nu uit mag gillen. Net zo lang tot hij helemaal weg is. De angst hoorde bij toen en nu kan hij klaar zijn.

Als Mirthe dan helemaal uitgegild is, is ze moe maar ook opgelucht. Dan komt haar moeder haar weer halen. En Mirthe heeft nooit meer gegild als ze een hond zag. Of Kees zijn hond heeft gekregen? Ja een jaartje later maar het is wel een Spaniël geworden en die is superlief! Weet je hoe hij heet? Snoezie, omdat die erbij was toen het allemaal opgelost werd.